Wegen en meten: Hoe doe ik het goed?

Hoewel gewicht zeker niet altijd alles zegt en je je er dus niet blind op moet staren, kan het wel een graadmeter zijn in jouw proces richting gewichtsverlies of spieropbouw. Daarnaast maken wij bij de voedingsbegeleiding ook gebruik van lichaamsmetingen en vetpercentage-metingen. Maar wist je dat je het ook ‘fout’ kunt doen?

WEGEN
Het advies is om je 1 keer per week te wegen, op dezelfde dag, na het opstaan en voordat je gaat ontbijten. Zou je je elke ochtend wegen, dan zul je merken dat je elke dag een ander resultaat hebt. Dit is niet alleen afhankelijk van het gewicht van de voeding in je maag (heb je bijvoorbeeld de avond ervoor veel gegeten, dan is dit in de ochtend waarschijnlijk nog niet helemaal verwerkt), maar ook van of je al naar het toilet bent geweest, hoeveel vocht je vasthoudt en of je net getraind hebt. Daarnaast wegen spieren zwaarder dan vet, dus kan het zijn dat een gespierd persoon met weinig vetweefsel veel meer weegt dan iemand met weinig spierweefsel en meer vetweefsel. Gewicht zegt dus zeker niet altijd alles!

Enkele tips om je juist te wegen:

  • Zet je weegschaal op een harde ondergrond, en verplaats ‘m niet: een zachte ondergrond zoals vloerbedekking kan de meetcapaciteit van de weegschaal beïnvloeden. Wanneer je je weegschaal verplaatst, breng je een onevenwicht in de meetinstrumenten, en kan ‘ie gaan afwijken; hij moet dan opnieuw geijkt worden.
  • Gebruik altijd dezelfde weegschaal. De weegschaal bij iemand anders thuis of bij de diëtist bijvoorbeeld kan een ander gewicht aangeven dan die van jou; op deze manier kun je dus niet vertrouwen op de gewichtsverschillen die je ziet.
  • Weeg jezelf altijd op hetzelfde moment. Altijd na het opstaan, voordat je gaat ontbijten, en 1x per week op dezelfde dag. Weeg jezelf als je naar het toilet bent geweest en zonder kleren; zo krijg je het daadwerkelijk netto lichaamsgewicht zonder inmenging van kleding/schoenen en reeds verwerkt eten en drinken. Elke dag wegen heeft geen zin; ieder mens heeft een normale schommelmarge van 1 a 2 kilo. Wanneer je morgenochtend dus meer weegt dan vandaag, betekent dat niet dat je het ’verpest’ hebt vandaag met je eten, doch veel mensen gaan zichzelf vervolgens uithongeren omdat ze meer wegen dan de dag ervoor.
  • Ga symmetrisch en ontspannen op de weegschaal staan, en sta stil. Wanneer je je gewicht gaat verplaatsen (zoals vooroverbuigen om het cijfer te kunnen zien; zet je bril op) kan dit voor onbetrouwbare resultaten zorgen.
  • Houd er rekening mee dat je vochthuishouding ook van invloed is op je gewicht; ook vocht weegt mee! Wanneer je de dag voordat je je weegt zoutrijk gegeten hebt, houd je bijvoorbeeld meer vocht vast (dit vocht is na 1-2 dagen weer uit je systeem). Ook als het warm is buiten gaat je lichaam meer vocht vasthouden. om goed gehydreerd te blijven Vlak voordat je menstruatie begint kun je ook zwaarder wegen dan normaal omdat je meer vocht vasthoudt.

VETPERCENTAGE-METINGEN
Wanneer je bij ons voedingsbegeleiding volgt, bieden wij je aan om je vetpercentage te monitoren. Dit betekent dat we bij elk consult (om de circa 3-4 weken) je een machientje in je handen geven dat je vetpercentage meet. Het werkt door een impuls door je lichaam te sturen van je ene hand via je armen door je lichaam terug naar je andere hand (en zo dus terug naar het apparaat), en te meten hoelang het duurt voordat het ‘stroompje’ terug is bij het apparaat. Veel vet vertraagt de reis van de impuls, het duurt dan dus langer voordat het apparaat feedback krijgt. Die tijd verrekent het apparaat met jouw leeftijd, gewicht, lengte en geslacht, en berekent van hieruit je vetpercentage. Daarnaast geeft het ook aan hoeveel kilo dat percentage dan precies voor jou is. Vooral voor mensen die gespierder willen worden en vet willen verbranden zijn vetpercentage-metingen nuttig; op deze manier kunnen we zien of we qua voeding en training op de juiste weg zitten, en hoe snel je vorderingen zijn.

LICHAAMSMETINGEN
Het letterlijk meten van je lichaamsafmetingen met een meetlint is een goede graadmeter voor je vorderingen. Meestal meten we het bovenbeen, de heupen, de bovenarm (aangespannen en ontspannen) en de taille, waarbij deze laatste ook een graadmeter voor je gezondheid is. Veel vet vasthouden rond je buikorganen (‘buikvet’) is een teken van ongezonde vetafzetting. Je hebt misschien wel eens gehoord van de woorden ‘appelvormig’ en ‘peervormig’; dit is van toepassing op de mate van vetafzetting rond je buik. Vrouwen hebben vaak meer vetafzetting rond de heupen en bovenbenen, wat hormonaal bepaald is en van oudsher evolutionair is ontstaan in het kader van zwangerschap en het baren van kinderen. Wanneer je veel vetweefsel rond je buikorganen hebt, ben je ‘appelvormig’ (rond in het middenstuk van je lichaam), dit is een teken van minder gezonde vetopslag. Het brengt, wanneer het veel is, je organen in de verdrukking, zorgt voor een hoge bloeddruk en kan leiden tot ziektes en aandoeningen. De ‘peervorm’ (smaller in de taille, wat breder in de heupen en bovenbenen) is de vaak normale vetafzetting bij zowel mannen als vrouwen, mits met mate. De gezonde taille-omtrek voor een man is minder dan 94 cm, tussen de 94 en 102 cm kom je in de gevarenzone, en een taille-omtrek van >102 cm is een teken van gevaarlijk overgewicht. Voor een vrouw is een taille-omtrek van minder dan 80 gezond, de gevarenzone is van 80-88 cm, en boven de 88 cm is er sprake van gevaarlijk overgewicht.

Samengevat: meten en wegen is niet slecht, maar doe het op de juiste manier om te voorkomen dat je maatregelen gaat nemen die niet nodig of nuttig zijn voor jou. Ga niet zelfstandig beginnen aan een (rigoreus) afvalproces maar win informatie in en vraag om deskundige begeleiding.